Klooster verwoest


Eind september 1914 moesten een 80-tal zusters en 500 geesteszieken het Sint-Norbertushuis in Duffel ontvluchten. Ze verbleven eerst in de Rijkskolonie in Merksplas en later in het kasteel Salm-Salm in Hoogstraten. Het klooster in Duffel werd grotendeels verwoest.

De eerste jaren na de oorlog waren een periode van heropbouw en uitbreiding van het apostolaatswerk in gezondheidszorg en onderwijs. Het grote aantal intredingen maakte deze uitbreiding mede mogelijk. In 1927 was het aantal zusters aangegroeid tot 140.

 

Nieuwbouw in Duffel en Sint-Antonius-Brecht


In 1919 begon de heropbouw van het klooster in Duffel. Gelijktijdig startte in Sint-Antonius-Brecht de bouw van het Bethaniënhuis, een psychiatrische instelling voor vrouwen. In 1927 namen de zusters een bestaand initiatief voor tbc-patiënten in Bonheiden over. Zij bouwden het later uit tot het Imeldasanatorium.

Ook in het onderwijs volgden nieuwe initiatieven:

- een internaat voor weeskinderen (1923)

- de Sint-Annaschool met internaat (1925)

- een beroepshuishoudschool (1927)

- de Sint-Aloysiusschool voor kinderen met een verstandelijke handicap (1928).