Maria Van Hout
Zij was de overste van het Maagdenhuis. Ondanks haar eenvoudige afkomst genoot ze groot aanzien, onder meer door haar geestelijke geschriften. Twee daarvan zijn vertaald naar hedendaags Nederlands: "De rechte Weg naar volkomen evangelisch leven" uit 1531 en "Het Paradijs van de minnende mens" uit 1532.
De prior van de Keulse Kartuizers zag in Maria Van Hout zijn geestelijke moeder. Hij nodigde haar uit om met enkele zusters naar Keulen te komen, waar ze zich meer aan het beschouwende leven kon wijden. Samen met twee medezusters verhuisde Maria in 1545 naar Keulen. Ze overleed er twee jaar later.
Nicolaas Esschius
Hij werd geboren omstreeks 1507 in een Oisterwijkse lakenhandelaarsfamilie. Hij volgde Latijnse school bij de broeders Hiëronymieten in ‘s Hertogenbosch en later filosofie, theologie en canoniek recht aan de Leuvense universiteit. Esschius werd priester gewijd in 1531. In 1532 trok hij naar Keulen waar hij rechten en filosofie doceerde aan het gymnasium Montaner Burse. Hij onderhield er nauwe contacten met de Keulse kartuizers en wou er zelfs intreden, maar zijn zwakke gezondheid liet dat niet toe.
Naar alle waarschijnlijkheid reorganiseerde Esschius op vraag van de Keulse kartuizers het Oisterwijkse Maagdenhuis.
In 1538 werd hij benoemd tot pastoor van het Diestse Begijnhof, dat hij ondanks veel verzet hervormde. Esschius was ook de uitgever van geestelijke werken zoals ”Die grote Evangelische Peerle”.
Dat Paradijs van de minnende mens

Esschius
