Uit "De rechte weg naar een volmaakt evangelisch leven" (1531)

 

"De heilige, ootmoedige, christelijke eenvoud is

een 'verborgen wegsken'

waarheen de mens geleid wordt

met voorzichtige, goddelijke wijsheid,

uit zichzelf weg en boven zichzelf uit

en met zichzelf in God.

Het leert ons voortdurend daarop voortgaan.

Want God wil ons daar

heel liefdevol toespreken:

'Met een eeuwige liefde

heb ik u naar Mij toegetrokken!'

En dan laat hij ons inwendig worden

en doet ons aanvoelen

hoe vrij, vredig, onbekommerd

en leeg van onszelf we zijn

en van al het geschapene…"

 

Uit haar werk "Het paradijs van de minnende mens":

 

"Ga nu voort van de ene deugd naar de andere,

met een vriendelijk gezicht,

met milde en troostende woorden,

met een eenvoudige levenswijze,

met arme kleren,

met een echt medelijdend hart,

het gebed in de mond,

en het werk in de handen, met opgewekt gemoed,

vast van plan om in God te rusten,

zo goed als ge kunt, met zijn genade."